W
Waller, M.J. – Werd bij de oprichting in 1882 de eerste voorzitter (1882-1887) van
de Nederlandse Schaatsenrijders Bond, de voorganger van de huidige KNSB. Hij kwam voort uit de gelederen van de
Amsterdamse Skating Club. Weense school –
Toen Jackson Haines in
1868 in Wenen zijn kunsten vertoonde, moet dat ingeslagen zijn als een
bom. Hij kwam op het juiste moment, want de gegoede stand van Wenen was
in de ban van de wals op de tonen van Richard Strauss. De balletdanser
van oorsprong moet weinig moeite gehad hebben zijn kunnen op het ijs te
etaleren op de tonen van de Weense wals. Daarmee heeft hij de basis
gelegd voor een vrije manier van bewegen over het ijs, die aanvankelijk
paarrijden en later ijsdansen zou gaan heten. Deze vrije bewegingen die
werden samengevat onder de noemer 'Weense school' stonden lijnrecht
tegenover de voorgeschreven, ingehouden bewegingen van het rijden van
verplichte figuren zoals bij de Engelse school of
English style.
Wereldkampioenschappen hardrijden - Er worden afzonderlijke wereldkampioenschappen gehouden in drie categorieën: sprint, afstanden, allround. Als voorbereiding op de wereldkampioenschappen afstanden wordt een uitgebreide bekercompetitie (world cup) georganiseerd.
Werelduurrecord - Al in 1888 werd het eerste werelduurrecord
gevestigd. Het was de befaamde Engelse hardrijder
Charles G. Tebbutt, die in een uur 22
km en 591 meter reed. Sindsdien is het werelduurrecord achttien keer
scherper gesteld; voor het laatst op 15 maart 2007. Toen reed de
Nederlandse marathonschaatser Casper Helling in Salt Lake City (USA) op
het ijs van de Olympic Oval in een uur 41 km, 969 m en 10 cm. Daarmee
nam hij het record over van Henk Angenent, die in 2004 op het ijs van
Calgary (CAN) 41 km, 669 m en 49 cm liet noteren.
West-Friese schaatsen - In West-Friesland werd gebruik gemaakt van een bijzonder
model schaatsen dat
direct kan worden herkend: een brede hals en aan de bovenkant daarvan
terugbuigend hout. Het model moet al eind 18e, begin 19e eeuw bestaan hebben,
want de namen van de smid of smeden die ze ooit hebben bedacht zijn niet bewaard
gebleven. Toch moet er voldoende vraag naar zijn geweest, want de hierbij getoonde schaatsen werden eind 19e eeuw in een Duitse schaatsenfabriek gemaakt.
Het verhaal gaat dat dit soort schaatsen in Volendam met een walmende kaars
werden beroet. Uit catalogi van Duitse schaatsenfabrikanten blijkt echter dat ze
daar beroet en al werden gemaakt en aangeboden.
 |
Whittlesey runners - Synoniem voor
fen skates. Het Whittlesey Mere was tot het begin van de 20e eeuw een meer van circa 1000 ha, waarop heel wat wedstrijden hebben plaatsgevonden. In het aan het meer gelegen plaatsje Whittlesey heeft rond 1700 waarschijnlijk een goede smid gewoond die het model van de fen skates heeft ontwikkeld. Whittlesey wordt vaak fonetisch verbasterd tot Whittlesea.
 |
Wichers de Salis-schaatsen – Eind 19e eeuw ontwierpen
de heren Van Buttingha Wichers en De Salis een schaatsmodel dat kan worden gezien als een vieligheidskrulschaats. Het ging om lichte schaatsen met
achter de hak eindigende korte ijzers en aan de voorzijde een rudimentair krulletje. Naar hun ontwerpers werden deze schaatsen aangeduid als model-Wichers de Salis. Om de schaats geschikt
te maken voor hardrijden werd het krulletje al spoedig in het hout ingebed en
het schaatsijzer aan de achterzijde verlengd. Bovendien werd de voetstapel van een naar de
schoenzool gevormd voetbed voorzien om het contact met de schaats te
verbeteren. Om de schaats zo licht mogelijk te maken werd het hout van de
voetstapel waar mogelijk verjongd (weggehaald). De nieuwe schaatsen werden
aangeprezen als Verbeterde Wichers de Salis-schaatsen.
 |
Wiener Eislauf-Verein - De
Wiener Eislauf-Verein (WEV) werd in 1867 opgericht door de heer Arthur
baron Löwenthal, die ook de eerste voorzitter was. De heer dr. Heinrich
Bach was verantwoordelijk voor de statuten en werd de tweede voorzitter.
De WEV werd het centrum van de ontwikkeling van het kunstrijden op het
Europese continent. Internationaal bekende kunstrijders werden
uitgenodigd voor het tonen van hun kunnen en er werd een eigen wijze van
rijden ontwikkeld, die bekend zou worden als de Weense school. Ook heeft de WEV een belangrijke rol
gespeeld bij het ontstaan van de Wiener Eisrevue door in de
herfst van 1936 voor het eerst een programma te presenteren waarin alle
optredens pasten bij de rode draad van een centraal thema.
Wiener Eisrevue - De Wiener Eisrevue was het eerste grote
professionele ijsrevuegezelschap dat binnen en buiten Europa de wereld
ijsshowvermaak op het allerhoogste
niveau bood. De show, die vanaf de
oprichting in 1945 in Wenen onder de bezielende leiding van Will en
Edith Petter stond, stond in de
traditie van de Weense school. De Wiener Eisrevue is dan ook
altijd nauw verbonden geweest met de Wiener Eislauf-Verein. De eerste
voorstellingen vonden plaats op het terrein van deze ijsclub en
jarenlang gold de Wiener Eisrevue als een van de belangrijkste
stimulators en sponsors
voor de opleiding van Oostenrijkse kunstrijd(st)ers. De Wiener Eisrevue
was bekend om het Wiener Eisballet dat operette-achtige shows
uitvoerde waarvoor de muziek jarenlang werd geschreven door niemand
minder dan Robert Stolz. Het ballet werd aangevuld door trekpleisters
van internationale allure, zoals Emmy Puzinger, Fernand Leemans, Eva
Pawlik, Rudi Seeliger, Ingrid Wendl, Marika Kilius, Hans-Jürgen Bäumler,
Manfred Schnelldorfer en 'onze eigen' Joan Haanappel. Op het toppunt van
de goede jaren omvatte de crew meer dan 400 personen. Het gezelschap heeft bijna 30 jaar
bestaan. Tegen het einde van de jaren-60 werd het steeds
moeilijker het hoofd financieel boven water te houden en in 1971 werd
het gezelschap tenslotte opgeheven en overgedaan aan de concurrent van Amerikaanse origine, Holiday on Ice
.
Winterkermis – Ten tijde van de
'kleine ijstijd' werden de jaarlijkse kermissen ook op het ijs gehouden.
Het ijs was zo sterk dat behalve de wafel- en
oliebollenkramen ook de mallemolens het ijs op gingen. Het spreekt vanzelf
dat ook de
kwakzalvers, de poppenkastspelers, de goochelaars, de kunstenmakers en de muzikanten zich niet
onbetuigd lieten. Iedereen
probeerde zo in de slappe wintertijd toch nog een paar centen te verdienen.
Wisselschaatsen – Het idee om gemakkelijk van schaatsijzer te kunnen wisselen, is al van rond 1900. Kijk bijvoorbeeld eens onder
Omniplex schaatsen. Het principe kwam rond 2000 opnieuw in de belangstelling toen de vermaarde marathonschaatser
Jan Maarten Heideman een paar schaatsen introduceerde waarvan de ijzers tijdens het rijden
kunnen worden vervangen, bijvoorbeeld omdat een ijzer tijdens de rit is beschadigd.
Hij maakte hiertoe gebruik van schoenen die het bovendien mogelijk
maakten om er in plaats van ijzers een soort slof onder aan te brengen.
Daardoor kon hij doorgaans sneller starten dan de meeste van zijn
collega's.
|