| Schaatsen met verwisselbare ijzers | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Omniplex-systeem In het tijdschrift De Nederlandsche Sport van 27 februari 1892 stond misschien wel het eerste min of meer wetenschappelijke artikel over de schaatsbeweging. Het was van de hand van de Groninger Ubel Wierda, die betoogde dat het schaatsenrijden een glijdende beweging is in tegenstelling tot de rollende beweging die onze voeten maken bij het lopen. Hij wees de toen sterk in opkomst zijnde gewoonte om de schaatsen zo onbeweeglijk mogelijk aan de schoen te bevestigen af, alsmede tierlantijnen in de vorm van krullen en hoge halzen. Eerder had Wierda op 8 maart 1890 in hetzelfde tijdschrift een artikel gepubliceerd over het natuurkundige verschijnsel dat ijs onder druk vloeibaar wordt waardoor een glijlaagje wordt gevormd. In een in 1908 verschenen brochure van zijn hand stelt hij dat hij zich dan al meer dan twintig jaar met de materie bezighoudt en tot de conclusie is gekomen dat het maken van schaatsen tot dan toe meer met gevoel dan met verstand wordt gedaan. Bovendien stelde hij vast dat de gemiddelde schaats ongeschikt was om te komen tot optimaal schaatsgenot. Het spreekt haast vanzelf dat hij vond dat het anders kon. Hij ging ervanuit dat de schaatsijzers verschillend van hoogte, dikte, lengte en ronding moesten zijn, afhankelijk van het beoogde gebruik, en dat een schaatser pas op het ijs moest kunnen kiezen of hij wilde schoonrijden, kunstrijden, hardrijden of toeren. Een schaatser zou dus eigenlijk altijd een verscheidenheid aan schaatsen bij zich moeten hebben. Met dit gegeven in het achterhoofd ontwikkelde hij een systeem dat bestond uit losse voetplaten en losse schaatsijzers, die naar behoefte aan elkaar konden worden gekoppeld. Hij noemde dit het Omniplex-systeem: een geheel van onderdelen dat geschikt was om aan alle behoeften van de eigenaar te voldoen. Op dit ontwerp werd in 12 landen patent aangevraagd en verkregen. Multiplex-schaatsen De rechten werden verworven door de heer H.A.F.B.H. Tönnies, die het systeem in 1896 onder de naam Multiplex in productie nam. Een Multiplex-schaats bestond uit een metalen platform met 'pootjes' waaraan door middel van een simpel keg-systeem een 'los' schaatsijzer kon worden bevestigd. Dit schaatsijzer kon op twee manieren worden gebruikt. De ene kant van het ijzer was dun, lang, laag en recht geslepen om een tocht te rijden of tegen de wind in; de andere kant was dik, kort, hoog en rond geslepen om te zwieren of voor de wind rijden. De platforms waren 'voorlopig' (aldus de brochure uit 1898) voorzien van een bevestiging met speciale riemen, waarbij geen gebruik werd gemaakt van de gebruikelijke gespjes, maar van een stiftje en sleufjes in combinatie met een tongloos gespje. Een dergelijke binding zou flexibeler zijn en geen bijzondere eisen aan het schoeisel stellen. De verkoopprijs werd vastgesteld op 9,50 gulden per paar.
De verwachting was dat de Multiplex-schaats een revolutie zou inluiden. De brochure kondigt dan ook aan dat in de toekomst meer schaatsijzers zullen worden ontwikkeld voor het hardrijden, het gebruik op zacht of hard ijs, enzovoort. Er werd in Groningen een nieuwe fabriek voor gebouwd, brochures (32 pagina's!) in vier talen voor gedrukt en er werd zelfs een speciale Multplex-Schaats-Wals met zeven coupletten voor gecomponeerd. Het liep allemaal uit op een teleurstelling en in 1904 werd het bedrijf opgeheven.
Snelwisselschaatsen
|
|||||||
| Terug naar het submenu | |||||||
| Copyright © 2002-9 Het virtuele Schaatsenmuseum. Alle rechten voorbehouden. | |||||||