|
Hardrijden |
|
|---|---|
|
Hardrijden is een uit het toerschaatsen ontwikkelde wedstrijdsport. Sterke toerschaatsers daagden anderen uit zich met hem te meten. Zo ontstond in Nederland het kortebaanschaatsen, een typisch Friese vorm van wedstrijdschaatsen over 60-80 meter. Deze vorm van hardrijden is al meer dan 200 jaar oud, want er bestaan gravures van rond 1800 van. Elders in Nederland, maar ook daarbuiten, ontwikkelde zich in de loop van de 19e eeuw het hardrijden over grotere afstanden. De eerste internationale wedstrijden werden in 1884 gehouden in Broocklyn (USA) en werden gewonnen door een Europeaan, de Noor Axel Paulsen. Aanvankelijk werd uitsluitend gestreden volgens een afvalsysteem, maar na 1890 kreeg het rijden tegen de klok de overhand. Friese kortebaan Er bestaat een gravure van in 1805 in Leeuwarden gehouden kortebaanwedstrijden voor vrouwen. Het is daarom zeker aannemelijk dat er in de tweede helft van de 18e eeuw al werd hardgereden. Het is dus een wedstrijdsport een zeer lange historie, want dit soort wedstrijden vinden in Friesland nog steeds plaats. Er wordt gestreden volgens een afvalsysteem op twee naast elkaar gelegen rechte banen van 3-4 meter breed. Tegenwoordig zijn de banen 120-160 meter lang, maar vroeger werd het gedaan op banen die de helft korter waren en werd er aan het eind van baan gewisseld waardoor de startlijn tevens de finishlijn was. Vergeleken met de huidige sprintafstanden, 500 en 1000 meter, zou men deze Friese volkssport zonder bezwaar kunnen aanduiden als ultrakortebaanschaatsen. Nederlandse supersprint Sinds 1990 bestaan in Nederland zogenaamde supersprintwedstrijden. Hierbij wordt wedstrijden gehouden over tweemaal 100 meter en tweemaal 300 meter. Deze vorm van hardrijden staat nog in de kinderschoenen maar is hard op weg volwassen te worden. Er is zelfs hoop op dat het concept naar internationaal niveau kan worden getild. Internationale langebaan Het hardrijden op de langebaan is een wedstrijdsport voor topatleten op nationaal en internationaal niveau. Sinds 1884 vinden er georganiseerde internationale wedstrijden plaats waar aanvankelijk werd gestreden om de 'meestertitel'. Na de oprichting van de International Skating Union (ISU) werden in 1893 de eerste 'officiële' wedstrijden gereden en werden de winnaars uitgeroepen tot wereldkampioen. De eerste Nederlandse wereldkampioen was Jaap Eden die meteen in 1893 won en zijn titel tot 1896 met succes verdedigde. Totdat in 1966 het Ard- en Keessietijdperk aanbrak, was het langeafstandschaatsen een voornamelijk Scandinavisch-Russische aangelegenheid. Maar in 1905 stond Coen de Koning op het hoogst trapje en in 1961 was het Henk van der Grift die wereldkampioen werd. De ISU voerde gestandaardiseerde eindloze ovale banen van 400 meter in, waardoor de resultaten wereldwijd vergelijkbaar werden. Aanvankelijk werden alle wedstrijden op natuurijs gehouden, waardoor uitgeschreven wedstrijden soms door de weersomstandigheden moesten worden afgelast, maar soms ook een heroïsch karakter kregen. De introductie, rond 1960, van overdekte 400-meterbanen heeft dan ook een enorme invloed op het hardrijden gehad, doordat niet alleen de klimaatcondities beheersbaar werden maar ook de kwaliteit van het ijs. Het betekent echter ook dat landen als Engeland, die niet over grote indoorbanen beschikken, praktisch uitgesloten zijn van deelname. Tegenwoordig wordt het langebaanschaatsen beoefend op nationaal, Europees, wereld- en olympisch niveau en soms ook, zoals in Nederland, op regionaal niveau. Er worden voor heren kampioenschappen georganiseerd voor afstanden van 500, 1000, 1500, 3000, 5000 en 10000 meter en voor dames over 500, 1000, 1500, 3000 en 5000 meter. Zowel voor heren als dames worden bovendien wedstrijden georganiseerd voor een sprinters- en een all-roundklassement. De sprinters rijden tweemaal 500 meter en tweemaal 1000 meter; de allrounders rijden een vierkamp. Bij deze klassementen worden de gereden tijden omgerekend tot een puntentotaal. De rijd(st)er met de minste punten wordt kampioen. Internationale kortebaan Sinds 1978 bestaat er een bijzondere internationale vorm van hardrijden, die ook in Nederlandse bij zijn Engelse naam wordt genoemd: short track speed skating. Deze vorm van hardrijden wordt beoefend op de kleine indoorbanen, die ook worden gebruikt voor ijshockey en kunstrijden. Door de kleine afmetingen van de ijsvloer hebben de banen een lengte van 110 meter. De banen zijn eindloos, dus ovaal, en bestaan daardoor als het ware uit een lange bocht. De snelheden kunnen oplopen tot circa 50 km per uur en omdat de deelnemers in dezelfde baan schaatsen, is de kans op blessures niet gering. De schaatsers zijn dan ook verplicht een helm te dragen en maken vaak gebruik van extra veiligheidsvoorzieningen als handschoenen en kniebeschermers. Dames en heren rijden voor een individueel klassement, maar er worden ook estafettes gereden. Er wordt gereden over afstanden van 500, 1000, 1500 en 3000 meter. Het gaat hierbij dus om eindeloos bochtenwerk, waarbij vaak met een hand op het ijs wordt gesteund.
Schaatsen voor het hardrijden |
![]() |
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
| Copyright © 2002-9 Het virtuele Schaatsenmuseum. Alle rechten voorbehouden. | |