De ontwikkeling van de schaatsen (1)
 
Verborgen verleden
De geschiedenis van het schaatsen is in nevelen gehuld, en daardoor ook de ontwikkeling van de schaatsen. We moeten het doen met een prent uit de in 1498 door pater Jan Brugman (jawel, de man die kon praten als...) uitgegeven biografie van Lidwina van Schiedam (titel: Vita alme virginis Lijdwine). Daarop is de ongelukkige val van de in 1890 heilig verklaarde Lidwina uitgebeeld. Aan haar voeten heeft zij schaatsen zoals we die ook aantreffen op andere middeleeuwse kunstuitingen. Helaas kunnen we op de prent niet goed zien hoe haar schaatsen er precies uitzagen, maar uit de houding van de schaatsenrijder in de achtergrond kunnen we wel afleiden dat aan het eind van de middeleeuwen de schaatsen toch al zodanig van constructie waren dat je je er mee kon afzetten. Ze hadden dus waarschijnlijk al een scherpe ijzeren onderkant. Overigens toont de prent een voorval dat circa 100 jaar daarvoor had plaatsgevonden.

Glijbenen
Er bestaat een handschrift uit 1180 waarin Fitzstephen - die secretaris was van de historisch belangrijke Engelse aartsbisschop/kanselier Thomas à Becket - het winterse Londen beschrijft. Hieruit blijkt dat er toen in elk geval nog geen gebruik werd gemaakt van met ijzer beslagen schaatsen. Hij schreef namelijk het volgende: (...) als de grote plas of moeras (waarin aan de noordelijke kant de stadsmuren staan) is bevroren, spelen veel jongelui op het ijs (...) sommigen binden botten aan hun voeten (...) sommigen glijden zover als ze kunnen en zichzelf voortschuivend met een kleine puntige stok, glijden ze soepel als een vogel door de lucht of een pijl uit een kruisboog (...).

Nadat in de negentiende eeuw belangstelling ontstond voor ons verleden en er allerlei archeologische opgravingen werden gedaan, werden deze botten op veel plaatsen in Europa teruggevonden. Het gaat doorgaans om de middenvoetsbeenderen van paarden, koeien, schapen e.d., die voor het glijden geschikt werden gemaakt door ze vlak te slijpen en te voorzien van
enkele doorboringen om ze te bevestigen. Uit het onderzoek is duidelijk geworden dat het gebruik van botten als glijders onder sleden en voeten althans in West-Europa een algemeen gebruik is geweest. Hoe het ook zij, dat er een ontwikkeling is geweest van glijden op botten naar schaatsen op met ijzer beslagen houtjes, lijkt vanzelfsprekend. Helaas weten we dus niet hoe die overgang is verlopen.

Noormannen of Nederlanders?
Ook de verspreiding van de kunst van het schaatsen zelf is onduidelijk. Maar dat de bakermat van het schaatsen in Nederland ligt en dat het vandaar is verspreid naar Angelsaksische landen als Engeland, de VS en Canada wordt algemeen aangenomen. Hoewel..., in
de Scandinavische landen hangt men de theorie aan dat het schaatsen in de 1e eeuw naar Nederland is gebracht door de Vikingen. Hun gewoonte om 's winters plankjes onder de laarzen te bevestigen tegen het wegzakken in losse sneeuw zou de Nederlanders op het idee hebben gebracht ermee op ijs te glijden. Uit dit gebruik zouden zowel ski's als schaatsen zijn voortgekomen.
 
 
 
 
 
 
 


Verder
naar
pagina:

1 - 2 - 3 - 4
 
5 - 6 - 7 - 8

 

Copyright © 2002-8 Het virtuele Schaatsenmuseum. Alle rechten voorbehouden.