De ontwikkeling van de schaatsen (2)
 

Een poging tot reconstructie
Vanuit constructief oogpunt gezien ligt een ontwikkeling van botten naar met plat ijzer beslagen stukken hout voor de hand. Hout kan gemakkelijk worden bewerkt en ijzer is duurzaam. Maar vroege beschrijvingen van de constructies zijn er helaas niet en we moeten het daarom doen met wat ons door kunstenaars in de vorm van prenten en schilderijen is achtergelaten. Deze afbeeldingen hadden echter niet tot doel de constructies als zodanig te verbeelden en zijn daarom zelden voldoende gedetailleerd om tot stellige uitspraken te komen. Maar alle beetjes helpen. Daarom proberen we aan de hand van details de ontwikkelingen in de zestiende en de zeventiende eeuw
zo goed mogelijk zichtbaar te maken.

1553 - Dit is een detail van een gravure die in 1553 door Jan Galle werd gemaakt aan de hand van een tekening van Pieter Breughel de Oude. Deze schaatsen bestaan duidelijk uit drie delen: een schaatsijzer, een voetstuk en een bindsel. Elders in de gravure blijkt dat de vorm van het voetstuk driehoekig is en dat de schaatsijzers in een verticale gleuf aan de onderkant van het voetstuk zitten. Hoe het ijzer aan het voetstuk is vastgemaakt, is onduidelijk. Het bindsel loopt door gaten in het voetstuk, als veters in een schoen.

1570 - Dit detail komt uit een in 1570 door Hans Bol gemaakte gravure. Hier is aan de voorkant van de schaats al duidelijk iets van een krulletje  te zien. Het bindsel heeft iets weg van een leren tuigje dat met lint wordt samengebonden.

Deze beelden uit de zestiende eeuw geven nog een primitief soort schaatsen weer. Dit beeld verandert in de zeventiende eeuw echter ingrijpend. Het lijkt erop dat in vrij korte tijd de schaats in belangrijkheid toenam en in overeenstemming daarmee meer aandacht kreeg van de makers ervan. Deze ontwikkelingen worden doorgaans verklaard door te wijzen op de uitzonderlijk strenge winters van die tijd, waardoor deze periode wel wordt aangeduid als ‘de kleine ijstijd’. Uit de volgende afbeeldingen blijkt dat in de zeventiende eeuw de grondslag werd gelegd voor de modellen die in Nederland tot het midden van de 20e eeuw zijn gemaakt.

1614 - Dit is een detail uit een gravure van Roemer Visscher uit 1614. De schaatsen zijn hun primitieve vorm duidelijk ontgroeid. De schuivers van weleer zijn gracieuze schaatsen geworden met hoogoprijzende slanke halzen. Het bindsel is vereenvoudigd tot een teen- en een hakband die met lint worden samengebonden.
 

1667 - In dit jaar maakte een zekere Balduinus een soort catalogus van schoenen waar hij onder andere deze tekening in opnam. Hier is goed te zien dat de voetstapel vioolvormig is en dat het hout doorloopt tot aan de punt, die met een kogeltje wordt gesierd. Het bindsel ziet er al uit zoals dat ook nu nog voor eenvoudige schaatsen wordt toegepast.

1700 - Het detail van deze afbeelding komt uit een spotprent uit 1700 van de hand van A. van de Venne . Deze schaatsen lijken erg veel op die hierboven, maar opgemerkt kan worden dat het knopje voor aan de schaats is uitgegroeid tot een soort krulletje. Dit krulletje heeft veel weg van het 'koolblad' op de volgende pagina.
 

 

 

 

 
 
 
 
 


verder naar
pagina:

1 - 2 - 3 - 4
5 - 6 - 7 - 8
 

Copyright © 2002-9 Het virtuele Schaatsenmuseum. Alle rechten voorbehouden.