De ontwikkeling van de schaatsen (3)
 

Een schaatsijzer van rond 1600
Wat de schaatsen op de vorige pagina gemeen lijken te hebben, is een tamelijk breed en plat ijzer alsmede een niet-functionele versiering aan de punt. Hieronder wordt een dergelijk schaatsijzer in meer detail getoond.

 

Het
werd gevonden tijdens baggerwerkzaamheden in Zevenhuizen ZH. Het ijzer is 35 cm lang. De breedte van het ijzer verloopt van 6 mm aan de achterzijde naar 10 mm aan de voorzijde. De hoogte van het ijzer is achter 12 mm en voor 3 mm. De krul heeft de vorm van een koolblad en is 6 cm hoog. Onder de krul is een lip zichtbaar die aan de voorzijde de verbinding vormde tussen de houten voetstapel en het schaatsijzer. Aan de achterzijde bevindt zich een (half afgebroken) oogje dat het mogelijk maakte het ijzer met een schroef of kram aan het hout vast te zetten. Het ijzer heeft aan de achterzijde een driehoekige vorm, met de punt naar boven, die naar voren toe uitloopt in een platte rechthoek.

Over de makers van 17e- en 18e-eeuwse schaatsen is weinig bekend. In zijn boek Schaatsenrijden (1888) schrijft mr. J. van Buttingha Wichers dat Vuilendamse schaatsen in de zeventiende eeuw algemeen als de beste werden beschouwd. Op zijn beurt citeert hij echter weer uit een verhandeling over "Het Oud Hollandsch Huisgezin der zeventiende eeuw" van de hand van dr. G.D.J. Schotel. Vuilendam ligt in de Zuid-Hollandse Alblasserwaard. Maar wie weet, is het getoonde schaatsijzer daar wel gemaakt. In de krul van dit ijzer is een meesterteken ingeslagen met de vorm van een pijl; in de pijl is een kruisboog zichtbaar alsmede iets wat lijkt op W.v.STIN
.
 

 
 
 
 


verder naar
pagina:

1 - 2 - 3 - 4
5 - 6 - 7 - 8
 

Copyright © 2002-9 Het virtuele Schaatsenmuseum. Alle rechten voorbehouden.