|
Internationale invloeden
Tot het laatste kwart van de 19e eeuw was schaatsen toch voornamelijk een lokale aangelegenheid. In Friesland lag het accent meer bij hardrij-achtige activiteiten en in Holland ging het meer om letterlijke ijspret. Schaatsen waren een algemeen artikel dat door het slijpen van de ijzers werd aangepast aan de wensen van de gebruikers. Vlak als er moest worden hardgereden en rond voor het zwieren. Tegen het eind van de 19e eeuw begon deze situatie drastisch te veranderen. Dit was het gevolg van de toenemende internationale contacten die mogelijk werden door de uitvinding van de verbrandingsmotor. Zeilschepen werden voorzien van stoommachines en hulpmotoren en de reistijden voor een overzeese reis werden beter voorspelbaar. Er kwamen regelmatige diensten tussen de continenten en er ontstond een circuit van min of meer professionele schaatsers die de wereld afstruinden op zoek naar erkenning en inkomen. Tegelijkertijd ontstond er algemeen gevoel dat het bedrijven van gymnastische oefeningen een gezonde activiteit was en er werden dan ook tal van sporten geïntroduceerd en gepopulariseerd. Hardrijden, kunstrijden en ijshockey werden geboren en hun beoefenaren daagden elkaar uit om internationaal de krachten te meten.
Nationale schaatsbonden werden opgericht en de International Skating Union (ISU) werd de koepelorganisatie. Officials reisden de halve wereld over en er werden Europese en wereldkampioenschappen ingesteld om de toegenomen activiteiten te kanaliseren. Ook werden er buiten- en binnenbanen gesticht en het groeiende aantal mensen op de relatief kleine ijsvlaktes leidden tot meer aandacht voor de veiligheid op het ijs. Dit had uiteraard zijn weerslag op de uitvoering van de schaatsen. De algemene schaatsen verdwenen en maakten plaats voor speciale hardrij-, kunst- en ijshockeyschaatsen.
Industriële revolutie
De komst van de verbrandingsmotor had ook gevolg voor de fabricage van de schaatsen. Het oude handwerk van de smeden werd
steeds meer gemechaniseerd en veel smeden besloten hulpwerktuigen aan te schaffen en hun smederij
uit te breiden tot een metaalbewerkingsbedrijfje. Sommige smeden besloten
zich te specialiseren in het schaatsenmaken. In Remscheid, in de buurt van Keulen, waar al eeuwenlang tal van ijzersmelterijen
bestonden, ontstond zo een grote internationaal georiënteerde metaalwarenindustrie. Duitsland werd een van de
belangrijkste producenten van schaatsen en halffabrikaten, die over de gehele wereld aftrek vonden. De schaatsijzers werden niet langer
handmatig 3-D gesmeed, maar machinaal 2-D uit staalplaat geponst. Daardoor
verdwenen de krullen definitief.
Van regionale naar nationale modellen
De industriële revolutie had tot gevolg dat de Hollandse smeden met het
maken van schaatsen stopten terwijl de Friese smeden zich daarin juist specialiseerden. In eerste instantie verbreedden zij hun aanbod door een aantal Hollandse modellen in de collectie op te nemen, maar al snel werd het assortiment beperkt tot drie hoofdmodellen: Friese doorlopers, Hollandse zwierschaatsen en houten Noren.

Friese doorlopers met houten krul
|

Hollandse zwierschaatsen
|

houten Noren
|
|
|