|
Krulschaatsen
Tot de krulschaatsen worden alle schaatsen met een niet met
hout beklede hals gerekend. De 'krul' kan daarom verschillende
verschijningsvormen hebben, zoals:
• eenvoudig, niet-uitgesmeed krulletje;
• flinke, doorgezette krul, meestal breed uitgesmeed;
• flinke, niet-doorgezette krul, meestal breed uitgesmeed;
ook wel 'lepel' genoemd;
• eenvoudige, naar voren licht oplopende, punt.
Tot het eind van de 19e eeuw was schaatsen weinig meer dan een vorm van
winters tijdverdrijf. Men gleed wat rond, maakte een babbeltje, dronk een glaasje of deed een spelletje. Slechts een enkeling kon zijn initialen of die van zijn geliefde in het ijs krassen en even spaarzaam waren degenen die een baantje konden hardrijden. Daar kwam pas
aan het eind van de 19e eeuw verandering in.
Schaatsen uit vroeger tijden kunnen daarom niet goed worden onderverdeeld in
bijvoorbeeld schaatsen voor hard- of voor kunstrijden. Naar gelang de wensen van de eigenaar werden ze eenvoudig wat rechter of wat ronder geslepen.
Krulschaatsen waren dus eigenlijk schaatsen voor algemeen gebruik.
|